Een troostrijk verhaal over kinderen en geweld in Parijs

Een mooi, troostrijk, Texels en inspirerend verhaal over geweld in Parijs en de rest van de wereld. En hoe je de angst ervan weerhoudt om zich te nestelen achter je voordeur en onder de bedden.

Door: Femmy Saal

Na een vruchtbare dag met mijn Texelse Bestuursklasgenoten drong het geweld in Parijs mijn hotelkamer binnen. Ik bel mijn vriend. En val kort erna in slaap. De volgende ochtend word ik wakker met een vastberaden gevoel: ik ga er alles aan doen om mijn kinderen totaal niets te laten merken van deze ellende.

Liefdevolle kordaatheid

Na de training kom ik binnenlopen bij mijn ouders, waar mijn kinderen logeerden. Ik keek direct naar het beeldscherm van de televisie: gelukkig. diepzwart. Ik blijf even staan en sloot mijn ogen, om te kunnen genieten van het tafereel aan de keukentafel en de lieve woorden van mijn moeder, tussen het heldere gekwetter van Tessel en Robin door.

Een half uur later schakelde mijn vader, lekker tactisch, de televisie aan. Rutte spreekt de pers toe in Nieuwspoort. ‘We zijn niet in oorlog met een land, ook niet met de Islam, maar met een ideologie.’ Tessel kijkt op van haar knuffelsessie met Balou, de huishond en fronst. ‘Oorlog?’ Zegt ze zakelijk.

Thuisgekomen, besloot ik het nieuws tot en met zondagavond totaal links te laten liggen; de speech van Rutte en de gewelddadige beelden die kort voor de intocht van Sinterklaas binnenkwamen, het stuitte me zo tegen de borst dat ik me niet aan mijn vastberaden belofte kon houden. Er moest overgecompenseerd worden. De ipad lag hoog en veilig op de kast.

Ook daders hebben moeders

Zaterdagavond laat keek ik in bed de speech van Hollande terug, om vervolgens snel uit te schakelen. Ik voel me prettig bij het verzamelen van geruststellende feiten: politie die oplet. Extra bewaking bij grenzen. De jacht op nog levende daders. Nee, ik hoef de foto’s van de geweldplegers – of ze nog leven of al bij hun maagden in de hemel zijn – niet te zien. Ook daders hebben moeders die hen liefdevol grootbrachten.

‘Waarom hangt de vlag daar zo’

Maandagochtend. Een stevige wind duwt de kinderen en mij richting de basisschool. ‘Waarom hangt de vlag daar zo ?’ vraagt Tessel onderweg. Ik weet niet eens meer wat ik mompel, gelukkig vraag Tessel niet dóór. God, wat is het moeilijk om mijn kinderen een onbezorgde, veilige wereld voor te schotelen. Het proeft als plakkerige nasi uit een kant-en-klaarpakket. Robin fietst zingend voor me uit, met onze huppelhond Dinky in haar kielzog. Tessel slingert, pakt even mijn hand en knijpt er in.

Maandagmiddag fietsen we vanaf het plein naar huis. Ik lees de blog met de titel ‘Met kinderen praten over de aanslagen in Parijs.’ Pfff, tuttigheid, denk ik even. Toch lees ik hem.

Beteugel je eigen angst

‘Praten? Zwijgen bedoel je!’ denk ik aanvankelijk. Na een paar regels grijpt het verhaal van blogger Esther me eigenlijk wel aan. Ik ben niet zo’n prater met mijn kinderen. Ze doet uit de doeken hoe een geruststellend gesprek met je kinderen mogelijk is, over geweld. Ik besef dat mijn zwijg-ipad-op-de-kast-en-tv-uitmethode naïef is.

Het fietstochtje van school naar huis onderstreept hoe zwijgen de angst die zich misschien al in de kinderlijven heeft genesteld, juist aanwakkert.

‘Hebben jullie nog iets bijzonders beleefd, meiden?’ Vraag ik. ‘We waren een minuut stil en de ipads moesten we omgekeerd op tafel leggen’, vertelt Tessel. ‘Waarom?’ Vraag ik. Tessel wordt boos, ze laat merken dat ze mijn open vraag totaal misplaatst vindt. ‘Mama, ik weet heus wel wat er in Parijs is gebeurd. Je doet echt stom nu.’

Ok, ok. Je moet je eigen angst beteugelen en praten met je kinderen over geweld, begrijp ik uit Esther haar woorden. Want ze merken en zien het geweld en de pijn die er uit voortkomt. Hoe hard je ook probeert alles buiten de deur te houden. Door stom te doen.

Aan de hand van Esther’s blog stel ik Tessel en Robin vragen over hun kennisniveau. Mijn maag draait om . Ze hebben gehoord dat mensen werden doodgeschoten. ‘Er hing een mevrouw heel ver boven de grond aan een balkon. Dat zag ik toen opa de intocht van Sinterklaas wilde laten zien op tv. Is ze gevallen? Heeft de politie haar opgevangen?’

‘We verstopten ons, maar ze trapten de ruiten in.’

De blogschrijver geeft de tip om je kind te laten vertellen. Ik stel open vragen. Van de antwoorden schrik ik. Vooral Tessel is heel bang. ‘Ik droomde dat er mannen met geweren voor ons huis stonden. Ze hadden enge gezichten. We verstopten ons, maar ze trapten de ruiten in. En ze schudden met hun hoofden en brulden. Daarna veranderden ze in zombies.’ Ze schudt met haar hoofd om te laten zien wat ze in haar droom zag. Robin kijkt toe.

Ik probeer met een tip van Esther angst weg te nemen. Door allereerst uit te leggen dat gebeurtenissen als deze in Europa heel zelden gebeuren. En dat de groep boze mannen relatief klein is. We kijken met elkaar waar Parijs ligt. Ik vertel dat de laatste keer dat er in deze stad zoiets gebeurde, er oorlog was. Dat is zeventig jaar geleden. ‘Tien keer Robin’s leeftijd, wow’, zegt Tessel ‘Toen was opa er nog niet eens!’ De geruststellende raders in haar hoofd gaan draaien.

Daarna bespreken we onze relatief veilige plek in de wereld. Ons  huis. De goede sloten op de deuren. En het bericht van buurvrouw Mirte, waarin staat dat de politie soms een extra rondje door Texelse straat rijdt. We voelen ons veilig door de TESO-boot van ‘de papa van Sindhur van school’, de natuurlijke sluis die ervoor zorgt dat niet iedereen zomaar ons eiland op kan komen.

‘Weet je jongens? Er was eens een dief op het eiland. Hij wilde fietsen stelen en meenemen naar de overkant. Nog voordat hij de boot op kon gaan, had de politie hem al gearresteerd.’ Robin maakt al een terugtrekkende beweging richting de knutseltafel. Ze is klaar met dit getut.

‘Wat nu als die mannen gaan schieten in vliegtuigen?

Tessel, de denker, heeft nog wat ‘verder nog ter tafel komers’. Ze weet dat Joyce, mijn  vriendin vaak met het vliegtuig moet. ‘Wat nu als die mannen gaan schieten in vliegtuigen?’ ‘Weet je nog wat voor werk ome Arjen doet, Tessel? Hij werkt op Schiphol bij de Marechaussee. Hij en al zijn collega’s letten extra op.’ ‘Ja, ja’, zegt Tessel. De tactiek uit de blog heeft bij deze criticaster voor 80 procent zijn werk gedaan.

We gaan weer naar beneden. Robin heeft een knikkerbaan gemaakt van verpakkingsmateriaal. Er zat vanochtend nog een rolgordijn in, die nu ons keukenraam afschermt van de buitenwereld en die ruimte een warme gloed geeft.

Ik maak gebruik van de laatste passage van de blog. ‘Vertel wat hulpverleners allemaal doen. En hoe goed ze voor anderen zorgen.’ ‘Meiden? Als we alle mensen op de wereld zouden tellen en zouden indelen in goed en kwaad, zijn er dan meer kwade mensen of meer goede mensen?’ ‘Goede!’ Roepen ze allebei in koor. We maken een lijst van alle helpers die we kennen. ‘Oma zorgt voor oude mensen’, vult Robin aan.

‘En nu stoppen mam’, zegt Tessel.

Wolven komen niet graag op eilanden

’s Avonds in bed, vraag ik mijn kroost hoe ze de dag vonden. Robin heeft nog één vraag. Ze klemt haar knuffel tegen haar wang. ‘Zijn hier wolven, mama?’ ‘Nee hoor , Wolven komen niet graag op eilanden. Ze worden zeeziek op de boot en kunnen niet goed zwemmen.’ Samen kijken we nog even onder het bed, om tot de conclusie te komen dat er geen man met een geweer verstopt zit en ook geen wolf.’ Ik laat nog even mijn spierballen (…) zien en vertel dat terwijl zij slapen de politie in Frankrijk doorwerkt voor onze veiligheid. Twee minuten later liggen ze met blossen op hun wangen te slapen.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *