Eilandmeisjes en Oranjekoorts

Ik denk aan alle voetbalherinneringen. Eilandmeisjes en voetbal, oef … Ik kom uit een luidruchtige Texelse familie, waar het geluid tijdens het voetbal aanzwelt tot ongekende herrie. Mijn  favoriete Oranjeherinneringen vallen op avonden als die van 13 juni 2014 als een bak vol oranjetompoucen over me heen.

Ik loop over straat. Het is iets voor middernacht en nog net vrijdag 13 juni 2014. Onder mijn Bavariajurk heb ik snel een joggingbroek aangetrokken. De hond rent zigzag voor me uit. Zijn penning tingelt zachtjes, als een geluidsbaken in de nacht. Doodstil is het op straat. Ik hoor alleen het gewapper van de plastic vlaggetjes, die als een onhandig gebreide trui tussen de gevel en de vlaggenmast van de buurman hangen. Jeej. Gewonnen! Ik mijmer…

1988 – Schelden. Een nieuwe bank. Dankzij Gullit

Elf was ik. Mijn voetballiefde had niets te maken met kijken naar mooie kuiten of knappe koppen van voetballers. Kapot ergerde ik me aan meisjes die gefocussed waren op uiterlijkheden. Ik wilde alles weten over counters, buitenspel, systemen, de politiek op het veld. Wie doet wat en waarom? Ik vroeg mijn broer en vader de oren van het hoofd. Bestudeerde de Panini-voetbalboeken van mijn broer, die geduldig alles vertelde over zijn favorieten. Premier league kijken op woensdagavond en op zondag studio sport. Waar veel vriendinnen zich geërgerd terugtrokken in hun slaapkamers, genoot ik naast de mannen in huis mee.

Het EK. In ’88. Mijn allermooiste herinneringen maakte ik toen. Alle wedstrijden keken we met elkaar. Mijn zus Ingrid, broer Arjen, papa Leo en mama Anneke. Mijn vader heeft steevast de rol van schelder. Het is zijn manier van genieten. Hij moppert op de luie drafzakken die een plek hebben in Oranje. Klapkloten zijn het. Het maakt niet uit over welk jaar we het hebben, of we nu in de finale staan of niet, het vaste lijstje boze woorden passeert steevast de revue.

Zo ook in de finale van ’88, tegen de Russen. Ik zat naast mijn zus. Op de leren bank die mijn moeder zo verschrikkelijk lelijk vond. Ze wilde een nieuwe. Maar mijn vader – een early adapter als het gaat over computers, techniek en auto’s –  is als het over woninginterieurs gaat, de achterblijver in de marketinggroep very late majority. Very, very late majority.

De wedstrijd is een half uur bezig. De oranjekoorts stijgt naar 41-plus

We knagen op chips. Mama loopt rond met zoute haring. ‘Anneke, ga zitten!’ Brult mijn vader. Gullit. BAM! 1-0 voor Nederland. Rusland staat op achterstand. Mijn zus en ik springen overeind. En tegelijkertijd laten we ons met de benen omhoog met ons volle gewicht op de bank zakken. Onder onze – toen nog – bescheiden billen voelen we hoe de bank met een schok vier centimeter naar beneden zakt. Ik hoor het geluid van een knappende veer. We gillen: ‘Mama, we moeten een nieuwe bank!’ Mama is blij. Papa scheldt.

Gelukkig maakt van Basten later alles weer goed. En mijn moeder krijgt haar nieuwe vierzitter.

Op mijn 20e slenterde ik door München. En stond ik even stil naast het stadion waar het allemaal gebeurde. Ik dacht aan de bank. En glimlachte. Thanks guys!

Ook leuk: 22 jaar na de finale van ’88 kreeg ik de kans het bankverhaal face-to-face te vertellen aan de keeper van toen. Hans van Breukelen. Hij snapte mijn vader wel.

Liggen op straat met hoge Oranjekoorts

Wie weet het nog? Hoe bizar het EK van vier jaar later verliep? De Denen mochten op het allerlaatst meedoen met dit toernooi. Ten koste van Joegoslavië. Dit land raakt  verwikkeld in een lange, bloedige burgeroorlog waarbij buren elkaar van de ene op de andere dag vanuit snelgegraven loopgraven beschieten. De FIFA kan niet anders dan het nationale team van dit land op een zijspoor zetten. Het Deense elftal, totaal onvoorbereid, loopt zich in rap tempo warm voor het EK van 1992.

Mijn aandacht voor voetbal verslapt. Ik kijk vooral geschokt naar de Brandpunt-reportages en huil om de ontreddering op Joegoslavische kindergezichtjes. Het geweld. En een wereld die niets doet. Ik lette niet goed op de zich als kampioenen ontpoppende Denen.

Voorafgaand aan de Deens-Nederlandse halve finale voelde ik me blij. Mijn tranen over wat er zo schokkend dichtbij in Europa gebeurde, droogde ik even. In het hysterisch Oranje zaten we weer klaar met het gezin. Papa een biertje. Mama een wijntje en wij… nog steeds alcoholvrij. Het regime was streng, thuis.

Mijn vader scheldt. Die klojo’s krijgen het niet eens voor elkaar om in 90 minuten te winnen van Denemarken!  Er gebeurt te weinig en het komt tot penalty’s.

Er knapt iets bij me. Ik loop naar buiten. Naar een verlaten straat. Waar ik alleen het geklapper hoor van vlaggetjes. Een tijdloos geluid.

Ik zie mezelf zitten. Een Oranjemeisje van 15 met gebogen hoofd in yogahouding

De blik gericht naar boven. Mijn gedachten zijn te lezen. Alsjeblieft! Win! Ik wil die finale met mijn familie!

Denemarken neemt ons, of eigenlijk doen de Oranjespelers het zelf door kostbare ballen te missen, de finale af. Ik had me zo verheugd op een herhaling van zetten. Door de bank zakken. De blik van mijn vader. Het stille genieten van mijn moeder. Helaas. Ik voel dat we nog jaren moeten wachten. Op die ’88-finale uit duizenden en onze heerlijke familietaferelen.

2014 – Spanje tegen Oranje. De familieapp. explodeert

Voor het eerst sinds jaren zit ik alleen op de bank. Hond dinky is mijn voetbalmaat van vanavond. Ik heb mijn oranje Bavariajurkje aangetrokken. Niet die stofjas uit 2014, maar de eerste, echte versie.
Ik ben bloedzenuwachtig. En denk aan al die uren voetbal met mijn broer en vader als bankaanvoerders. Dit jaar zijn we niet samen. Ons gezin is in de afgelopen jaren uitgewaaierd. Naar Alkmaar, Drenthe en wat plukjes grondgebied op Texel. Mijn ouders wonen net als ik op het eiland, op 15 kilometer hiervandaan. Dit jaar, mijn eerste pittige jaar als ondernemer, ben ik te moe om achter het stuur te kruipen om de voetballiefde van mijn geboortehuis op te zoeken.

Ik ben zenuwachtig. En mis mijn familie, die bestaat uit één neefje, die zich ferm staande houdt tussen vijf nichtjes. Ook heb ik er in de afgelopen 13 jaar een lieve schoonzus bij gekregen. En ‘Ome Jo’; mijn gekke zwager. Die de dezelfde scepsis  van mijn vader heeft verdubbeld, als het over Oranje gaat. Maar dan zonder schelden. Ik mis ze echt allemaal.

Gelukkig is er onze familie-app ‘Zinnige Saalcommunicatie’

De telefoon ligt symbolisch naast me op de bank, terwijl de wedstrijd zich voor mijn neus afdraait. Shit – bijgeloof –  ik had mijn oranje nagellak moeten bijwerken… BAM. 1-0 voor Spanje. Buikpijn. Ik kijk naar mijn telefoon. Stilte. Een doodse stilte. Ik mis het gescheld van mijn vader. En de tegenwerpingen van de Saalvoetbalvrouwen, die de Oranjemannen door dik en dun steunen. En mijn neefje Noah, waar ik altijd mee oefen op het Cruyffveldje in de Alkmaarse wijk Daalmeer. Onze hoop in bange dagen voor later. En waar is de zoute haring van mama als je hem nodig hebt…

Woeha! 1-1 Ik verwacht een ontploffende app. Weer stilte. Dit ga ik nooit meer meemaken zonder mijn familie. Ik mis het gouden randje rond de Oranjekoorts.

Bij 2-1 komen de eerste berichten door. De veterstrikdiploma van Robben. Is it a bird, is it a plane? Bitch, please, it’s Robin van Persie’. Zwager Johan geeft –in het onvervalst Koreaans nog even de Korea-selectie door. Ik app: ‘Pap, hier valt echt even niks te mopperen he?’ Hij antwoord. Bij 4-1, op zijn Van Gaals: ‘Deze wedstrijd lijkt goed te gaan. Meer zeg ik niet.’ Mijn zwager gooit er wat bovenop: ‘Dit hadden ze vier jaar geleden moeten doen.’ En hij vindt vooral de Spanjaarden slecht.

Robben, veters, Spanje, Oranje

Goddank werd het 5-1. Anders was Robben afgemaakt op het veterstrikincident.

Neefje Noah passeert met foto de app. Hij is wakker geworden van het vuurwerk in zijn straat. Ik krijg het warm. Onze hoop in bange dagen. Ik heb gezien hoe ontzettend goed dit evenbeeld van mijn broer kan ballen.

Ik app: ‘Over 12 jaar staat ons neefje in de Oranje basis!’

5-1. Er gebeurt iets historisch. We schrijven geschiedenis. Niet omdat we de Spaanse tomaten afdrogen, maar omdat er op de app iets gebeurt dat in mijn hele geschiedenis als voetballiefhebber nog nooit is gebeurd.

Mijn vader appt: ‘We worden wereldkampioen.’

WTF. Ik lees het nog eens. Het staat er echt. Met een thumpbs up erbij.

Voor mij zijn die woorden zo waardevol als de inzichten van Van Gaal. Mijn vaders Oranjevoorspellingen staan altijd op onweer.

Spanje, Oranje, grappen

Mijn vaders Oranjevoorspellingen staan altijd op onweer

Ik draai na het rondje met Dinky de achterdeur op slot en loop naar boven. Bedtijd.  Vermoeid stroop ik mijn jurkje van mijn lijf. ‘Jeej gewonnen’, denk ik nog, voordat ik in slaap val.

We hebben geschiedenis geschreven. Van Gaal doorbrak het Oerhollandse 4-3-3 systeem. Mijn vader veranderde in een positivo. ‘We worden wereldkampioen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.